
Het landschap vormt een belangrijk onderdeel van de stedenbouwkundige opzet. De woningen zijn zo geplaatst dat het groen tussen en rondom de bebouwing doorloopt. Daarmee ontstaat een geleidelijke overgang van het bebouwde gebied naar het omliggende buitengebied.

De locatie, waar voorheen een tuincentrum was gevestigd, heeft met de bouw van de twaalf woningen een nieuwe betekenis gekregen als afronding van de dorpsrand. De woningen voegen zich naar de kwaliteiten van de plek. Verschillende nokrichtingen en verspringende rooilijnen geven het plan een informeel karakter dat aansluit bij de landelijke omgeving.
Het collectieve karakter van het CPO komt ook terug in de architectuur. Binnen het ontwerp kregen de bewoners ruimte om hun woning af te stemmen op hun eigen woonwensen. Zo is een woonomgeving ontstaan waarin individuele woonkwaliteit en collectieve samenhang elkaar versterken.
